Jaartallen kolonisaties in Suriname – algemeen

1632-1660 Europese en Portugese Joden
1683-1732 Labadisten onder leiding van ds. Jean de Labadie
1749-1751 Paltsers, 87 personen, na 2 jaar nog 11 in leven
1756 Duitsers
1845-1853 Boerenkolonisatie
1853-1870 Eerste Chinese contractarbeiders uit Java, daarna uit China, totaal 2500 personen
1853 Kappler sticht in 1846 Albina en begint in 1853 een kortstondige kolonisatie met houthakkers uit Wurtemberg
1863 Einde slavernij; 36.000 slaven worden vrije burger
1873 Voltooiing Emancipatie.
1873-1926 Hindoestaanse contractarbeiders
1890-1920 Javaanse contractarbeiders; 15.000 personen

 Jaartallen Boeroe kolonisatie

1840-1845 Voorbereidingen kolonisatie
Ca 1840 Predikanten Arend van den Brandhof en Dirk Copijn informeren naar een benoeming in Suriname. Er blijken geen plaatsen te zijn.
23 juni 1842 Predikanten Van den Brandhof, Copijn en Betting leggen een kolonisatieplan voor aan de Minister van Koloniën Baud. Hierin is sprake van 200 gezinnen.
augustus 1842 Betting past het plan aan in gesprek met Gouverneur-generaal der West-Indische Bezittingen Elias: eerst gaan met 50 gezinnen.
25 jan 1843 Goedkeuring plan Bij Koninklijk Besluit.
8 mei 1843 – 19 juni 1843 Ds. Betting reist aan boord van de “Wilhelmina” af naar Suriname om een plaats voor de kolonisatie uit te zoeken. Hij komt uit op de militaire post Groningen aan de Saramacca rivier. Met Betting reizen Leendert van den Bovenkamp, Jan Rijsdijk en gezin en Wouter de Vries mee.
4 sep 1843 Na gouvernementsresolutie wordt begonnen met voorbereidende werkzaamheden op Groningen: ontbossen en inpolderen. Zij krijgen de beschikking over 36 gouvernementsslaven
Dec 1843 Van den Bovenkamp en De Vries keren terug naar Nederland; Betting raadt kolonisatie af in rapport aan gouverneur-generaal Elias
Juli 1844 Betting koopt plantage Voorzorg aan de overkant van de rivier. Arts Tydeman voorspelt dat dan voor een kerkhof voor de helft van de kolonisten moet worden gezorgd. Wederom beginnen de voorbereidende werkzaamheden.
Dec 1844 De planning om de kolonisatie te starten worden niet gehaald. Veel aanstaande kolonisten hebben hun hebben en houden dan al verkocht. Hen wacht een zware winter.
1845-1853 Kolonisatie aan de Saramacca
10 mei 1845 Tweedeks barkschepen de “Suzanna Maria” en de “Noord-Holland” vertrekken met resp. 106 en 86 kolonisten
11 juni 1845 De schepen bereiken Suriname
20 juni 1845 Aankomst  “Suzanna Maria” bij Groningen
21 juni 1845 Aankomst “Noord-Holland” bij Groningen
12 juli 1845 Aankomst “Antonia en Eugenie” met 115 kolonisten, waaronder ds. Van den Brandhof en dr. De Jong
22 juli 1845 Ds. Copijn overlijdt
3 aug 1845 Aankomst “Phoenix” met 37 kolonisten
Juli-okt 1845 Typhus epidemie, 174 van de 347 kolonisten overlijden
April 1848 J.H. Westphal plant een kolonisatie aan de Coesewijne en probeert de kolonisten uit Groningen hiervoor te interesseren. Deze kolonisten verwaarlozen daarbij hun werk. Het plan mislukt.
1849 Westphal start op Phaedra aan de Rama een nieuwe kolonisatie. Drie kolonistengezinnen gaan naar Rama
16 nov. 1849 In de loop van 1849 vertrekken vele kolonisten naar de omgeving van Paramaribo. Besluit tot opheffing van de kolonisatie; op 10 december is er uitstel van executie.
1851 Gele-koorts epidemie
31 mei 1853 De kolonisatie wordt opgeheven. Er zijn dan nog 54 kolonisten over.
1853-1895 Boeren aan de rand van Paramaribo
Maart 1854 Van den Brandhof vertrekt uit Suriname
13 april 1863 Van den Brandhof overlijdt
1897 R.A. Tammenga lid van Koloniale Staten
1895 50-jarige herdenking boerenkolonisatie. Rapport Koloniale staten over nieuwe kolonisatie. J. Muller maakt vele foto’s van de boeren
1920 75-jarige herdenking boerenkolonisatie. Speciale herdenkingsmunt wordt uitgereikt aan de gezinshoofden
sept 1945 Oprichting Unie
19 jan 1946 Oprichting VANK (Vereniging Afstammelingen Nederlandsche Kolonisten)

Bronnen

  • Encyclopie van Suriname;
  • De lotgevallen van de Nederlandse boeren als kolonisten in Suriname, J. van Barneveld, dr. A.J. de Jong;
  • De Europeesche landbouwkolonisatie in Suriname, Joh. Gemmink;
  • Van Ravenswaaij en Rabenswaaij, Surinamers met een Veens verleden, C. van Silfhout-van Ravenswaaij