Onderzoek naar epidemie van 1845 afgerond

Het onderzoek naar de epidemie van 1845 door prof. Jaap van Dissel is afgerond. Het onderzoek is op 30 september 2023 gepubliceerd in het tijdschrift Medical Research Archives van de European Society of Medicine en is via deze link te lezen.

Een samenvatting van het rapport is hieronder vertaald uit het Engels. Ook is een link opgenomen naar de vertaalde bijlage waarin de geschiedenis van de kolonisatie wordt beschreven.

Vlak na aankomst van de kolonisten te Voorzorg en Groningen brak een epidemie uit, die in de loop van een paar maanden de helft van de kolonisten het leven kostte.

Ook de bemanning van de schepen die de kolonistenschepen begeleiden bij aankomst in Suriname en de behandelende lokale artsen werden besmet, 2 van de artsen overleden ook.

De arts Tijdeman diagnosticeerde de ziekte eerst als ‘maaggalkoorts’ en dat werd later geïnterpreteerd als buiktyfus. In zijn proefschrift uit 1860 worden verschillende ziektegevallen beschreven.

Rond 1970 was huisarts René de Vries gestationeerd op Groningen aan de Saramacca. Op het voetbalveld hoorde hij dat je niet met een rode trui aan mocht voetballen, want er waren daar boeroes begraven. Zo hoorde hij over de geschiedenis van de boeroes en de epidemie van 1845. Hij vond het vreemd, dat de helft van de kolonisten weliswaar overleed tijdens de epidemie, maar dat ook de helft van de kolonisten de epidemie overleefden. Hij besloot tot een bloedonderzoek bij de boeroes in Suriname en bij een groep mensen uit de streek waar de boeroes vandaan kwamen. Hij vond daarbij 2 bloedgroepen, een die voor een grotere bevattelijkheid voor infectieziekten zorgde, en een die meer resistentie tegen infectieziekten bood. Bij de afstammelingen van de boerenkolonisten kwam die laatste bloedgroep meer voor. De afstammelingen van de kolonisten hadden ook een redelijke bescherming tegen tyfus, waar dat bij de controlegroep in Nederland afwezig was. In 1978 publiceerde hij hierover in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Op de Boeroe Kon Makandra van 2004 vertelde Rene de Vries, inmiddels professor, over zijn onderzoek. Hij zou graag DNA-onderzoek willen doen, maar onbekend was waar de overleden kolonisten precies begraven waren.

In 2011 meldde De Vries op de Wereldomroep dat in september van dat jaar een opgraving te Groningen zou plaats vinden om met DNA-onderzoek te bepalen om welke ziekte het in 1845 ging. Er waren twijfels of het wel tyfus was geweest. In die tijd was er nog weinig bekend over infectieziekten. En op 7 november 2011 wordt door Raymon Heemskerk een verslag van het onderzoek gepubliceerd: Epidemie op het spoor, LUMC-expeditie zoekt in Suriname naar ziekteverwekker uit 1845.

Op de Boeroe Kon Makandra van 2012 vertelde professor Jaap van Dissel over de opgravingen te Groningen. Er was DNA genomen van tanden van 17 personen en er waren grondmonsters genomen van vlak bij deze personen. Het kon nog wel even duren voordat de resultaten van het DNA onderzoek beschikbaar kwamen, maar van Dissel kon op basis van wat hij over de epidemie gelezen had wel aangeven dat het waarschijnlijk dysenterie is geweest en geen tyfus.

Op de Boeroe Kon Makandra van 2015 kon Van Dissel melden dat het DNA-onderzoek nog wat langer ging duren.

Op de Boeroe Kon Makandra van 2021 presenteerde Van Dissel de voorlopige resultaten van het onderzoek: het was hoogst waarschijnlijk dysenterie. Zijn groep was bezig om de publicatie in een medisch tijdschrift voor te bereiden. Naast het DNA-onderzoek is er ook uitgebreid archief-onderzoek gedaan. Ook zijn wiskundige medische modellen opgezet om aan de hand van incubatietijd, besmettingstijd en mortaliteit de epidemie van 1845 te vergelijken met verschillende infectieziekten.

Op 30 september 2023 verscheen het onderzoek als artikel in het tijdschrift Medical Research Archives: Dutch Settlers at Voorzorg in Suriname Decimated by 1845 Epidemic: A Multifaceted Approach to Unravel Mystery about Etiologic Microbial Agent

De conclusie is dat de epidemie inderdaad hoogst waarschijnlijk een uitbraak van dysenterie is geweest. Opmerkelijk is wel, dat 15 van de 17 personen van wie DNA uit de tanden is gehaald geen Europeanen zijn geweest. 14 personen waren van een Aziatische afkomst en een van inlandse afkomst. Van hun begrafenis zijn geen historische documenten gevonden. De vaststelling dat de kolonisten aan dysenterie zijn overleden is dit dus niet met dit DNA-onderzoek vast te stellen. Dit is wel mogelijk gebleken op basis van het archiefonderzoek en de medische modellen.

De samenvatting van het artikel is uit het Engels vertaald:

Nederlandse kolonisten in Voorzorg in Suriname gedecimeerd door de epidemie van 1845

Een veelzijdige benadering om het mysterie van de microbiologische oorzaak te ontrafelen

Jaap T Van Dissel, Eveline Altena, Rolina D van Gaalen, Jeroen FJ Laros, Philip Pieterse, Axel Muller, Kristiaan J van der Gaag, Rick H de Leeuw, René RP de Vries, Malti R Adhin.

Medical Research Archives
European Society of Medicine
30 september 2023

In het kort

Achtergrond

In 1845 werd er een poging ondernomen tot kolonisatie van de overzeese kolonie Suriname door Nederlandse boeren. Deze mislukte omdat binnen enkele weken na de aankomst van 384 kolonisten, er een uitbraak plaats vond waarbij de helft van hen omkwam. De uitbraak op plantage Voorzorg werd vastgesteld als ‘maaggalkoorts’ en later geïnterpreteerd als buiktyfus. Dit wordt echter door schaarse gegevens ondersteund.

diagnose

Hierbij hebben we een veelzijdige benadering gevolgd om de uitbraak te karakteriseren en de waarschijnlijke microbiologische oorzaak vast te stellen.

Methoden

Archiefonderzoek werd gecombineerd met identificatie en opgraving van een begraafplaats, analyse van aDNA van skeletresten, modellering van de uitbraak op basis van epidemiologische bevindingen.

Resultaten

Een tijdlijn van gebeurtenissen is opgebouwd uit archiefstukken. Hieruit kwam naar voren dat de koortsziekte van 1845 waarschijnlijk >95% van de 384 kolonisten trof, van mens op mens werd overgedragen en werd gekenmerkt door koorts, misselijkheid, braken, in een aantal gevallen met overvloedige vaak bloederige diarree, en overging in delirium en stupor (‘tyfus’). Binnen 1-2 weken na het optreden van de symptomen overleden de helft van de getroffen personen (189 van de 384), met oververtegenwoordiging van de jongeren en ouderen. Een paar postmortems hadden meerdere kleine, etterende colonzweren.

We hebben een begraafplaats ontdekt en 17 skeletresten blootgelegd van vermoedelijk kolonisten.

Vervolgens brachten metagenomische testen geen pathogeen micro-organisme aan het licht dat bij de ziekte paste, maar typering van mitochondriaal DNA (mogelijk in 15 van de 17) liet zien dat de bemonsterde skeletresten waarschijnlijk niet uit Europa afkomstig waren.

Uit wiskundige modellering van epidemische curven die de cumulatieve sterfte weergeven van degenen die met volgende schepen arriveerden, bleek die transmissie kenmerken van bacillaire dysenterie in plaats van buiktyfus het beste pasten bij de epidemiologische bevindingen.

Conclusie

Een veelzijdige aanpak bracht aan het licht dat de uitbraak van 1845 die plaatsvond te Voorzorg onder Nederlandse kolonisten waarschijnlijk werd veroorzaakt door bacillaire dysenterie en niet door buiktyfus. Waarschijnlijk was de hoge sterfte het gevolg van uitdroging waar vooral jong en oud onder tropische omstandigheden last van hebben. Deze uitbraak heeft bijgedragen aan de mislukte kolonisatie poging.


De lezingen van prof. René de Vries en prof. Jaap van Dissel staan beschreven op de Boeroe Kon Makandra’s van 2004, 2011, 2012, 2015 en 2021 .